Het was een druk toernooi voor de Hattemse, in kustplaats Helsingborg. Ze speelde niet alleen dubbels, maar ook singles en gemengd dubbels. En dat op haar allereerste EK ooit.
In het enkeltoernooi werd ze derde in de poule en bij de gemengd dubbels kwamen Van ’t Holt en haar partner Yannick Paredis tot de achtste finale.
„Ik merkte dat ik het tijdens de singles wel lastig had. Maar uiteindelijk heb ik wel redelijk kunnen spelen en achteraf was ik blij mee met hoe ik dat gedaan heb.”
„Met de dubbels ging het met mijn mixpartner op zich wel prima, alleen hadden wij gewoon een lastige loting. We speelden echt een goede wedstrijd, maar verloren net met 3-1.”
„Met de damesdubbel moesten in de kwartfinale tegen een ervaren Turks duo en die wonnen we echt goed, met 3-2. We hebben een goede pot gespeeld.”
In de halve finale kwam het Nederlandse duo net tekort. „We hadden echt kans om die te winnen. Alleen was het net niet genoeg.”
Hoogtepunt
Maar toen was het toernooi nog niet voorbij: de strijd om de derde plaats stond nog op het programma. Die leverde het hoogtepunt van de week in Zweden op voor Van ’t Holt. Met haar partner Frederique van Hoof pakte ze de bronzen medaille.
Van ’t Holt vindt dat het EK ‘over het algemeen wel netjes’ verlopen is. „Ik bedoel, het was mijn eerste EK ooit. Ik had niet echt verwachtingen. Alhoewel, je hebt die altijd wel, maar geen hóge verwachtingen, zeg maar.”
Haar debuut op een Europese titelstrijd was leerzaam voor de Hattemse. „Vooral qua spel en mentaal heb ik veel geleerd.”
„Ik merkte achteraf dat het meer met me deed dan dat ik vantevoren had gedacht. Het is toch mijn eerste eindtoernooi. Dat is wel wat anders dan een ‘normaal’ toernooi.”
Verschillende klasse
„Je hebt bij paralympisch tafeltennis verschillende klassen. Het begint met klasse 1 tot en met 5, die zitten in een rolstoel. 6 tot en met 10 zijn lopers en je hebt ook nog klasse 11, die is voor mensen met een verstandelijke beperking”, legt Van ’t Holt uit.
De Hattemse speelt op dit moment in klasse 10, dat is bij de lopers de minst beperkte klasse. „Je kan dus niet zomaar een klasse omhoog. Je zit wel echt in je eigen handicapklasse, tenzij je nog een keer gereviewed wordt.”
„Wij zijn in totaal met zijn achten. Alleen het verschilt heel erg per klasse, want bij de mannen zijn er over het algemeen meer mensen, en dus ook automatisch meer deelnemers”, weet Van ’t Holt.
Papendal
Van ’t Holt woont op dit moment op Papendal, waar ze doordeweeks verblijft. „Je zit met honderd sporters in één hotel, iedereen heeft zijn eigen kamer met eigen douche.”
„Er zijn hier ook heel veel mensen van mijn leeftijd, maar de bonden willen heel erg bij elkaar blijven. Dus volleybal blijft volleybal en handbal bij handbal. Wij zijn met z’n drieën in het Sporthotel en in totaal zijn we met acht of negen.”
Ook heeft de Hattemse wel eens bekende atleten gezien zoals Femke Bol, Lieke Klaver en Sifan Hassan. „Het is voor ons soort van normaal dat je die mensen ziet, want ze trainen daar ook. Je bent gewoon een van hen, je bent gewoon TeamNL. Het is mooi dat ze zich niet boven de mensen zetten die daar ook sporten.”
Bron / foto
De Stentor
Zoë van der Kolk